Epilepsie, periodiek voor professionals juni 2010

Actueel

NEMO: Europees onderzoek naar de behandeling van neonatale convulsies

Mona Toet, neonatologie, Wilhelmina Kinderziekenhuis, Universitair Medisch Centrum Utrecht.

NEMO staat voor: 'Treatment of NEonational seizures using Medication Off-patent' en beoogt het ontwikkelen van nieuwe strategieŽn voor de behandeling van neonatale convulsies. Dit is het eerste Europese samenwerkingsverband van neonatologen, kinderneurologen, klinisch neurofysiologen, farmacologen, radiologen en neuro wetenschappelijk onderzoekers, die afkomstig zijn uit verschillende in neonatologie gespecialiseerde centra in Europa. Voor Nederland neemt het Wilhelmina Kinderziekenhuis deel aan deze studie.


CasuÔstiek

De weg kwijt zijn op je werk: een casusbespreking

Ron Olijdam, Bureau Arbeid, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland, Heemstede.

Werken en epilepsie kunnen soms een lastige combinatie vormen. Bij Bureau Arbeid van de Stichting Epilepsie Instellingen in Nederland blijkt dat regelmatig. De arbeidsconsulent richt zich op mensen met epilepsie die problemen ondervinden bij het zoeken naar werk en het behouden van werk. In dit artikel volgt een beschrijving van een casus uit de praktijk van arbeidsbegeleiding van een cliŽnte met epilepsie.


Verantwoorde epilepsiezorg

Neuromonitoring belicht

Vivianne van Kranen - Mastenbroek, Maastricht Universitair Medisch Centrum, Maastricht.

Gastredacteur Vivianne van Kranen-Mastenbroek is neuroloog/klinisch neurofysioloog op de afdeling klinische neurofysiologie van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) in Maastricht. Zij studeerde geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Na haar promotie voltooide zij haar specialisatie neurologie met hoofdvak klinische neurofysiologie in het MUMC+. Tijdens haar opleiding volgde zij een stage van zes maanden in epilepsiekliniek Mara in Bielefeld, Duitsland. Zij houdt zich intensief bezig met neuromonitoring tijdens neurochirurgische en vasculaire ingrepen. Daarnaast is zij betrokken bij de prechirurgische diagnostiek van epilepsiechirurgiekandidaten binnen de werkgroep epilepsiechirurgie Kempenhaeghe-azM en is zij tevens lid van de Landelijke Werkgroep Epilepsiechirurgie. Zij heeft vooral belangstelling voor neurofysiologische diagnostiek bij kinderen.


Intraoperatieve monitoring tijdens epilepsieschirurgie

Vivianne van Kranen - Mastenbroek, Maastricht Universiteit Medisch Centrum, Maastricht.

Het belangrijkste doel van epilepsiechirurgie is het zo volledig mogelijk verwijderen van het epileptogene weefsel, zonder dat daarbij beschadiging optreedt van functioneel hersenweefsel. Met behulp van neurofysiologische technieken kan de eloquente cortex in kaart gebracht worden en indien nodig kan de functie van deze cortex en bijbehorende zenuwbanen continu bewaakt worden tijdens de operatieve ingreep. Hier worden enkele van deze technieken en hun indicaties besproken.


EEG-monitoring op de intensive care

Marleen Cloostermans en Michel van Putten, Medisch Spectrum Twente en MIRA Institute for Biomedical Technology and Technical Medicine, Universiteit Twente, Enschede.

Veel patiŽnten op de intensive care hebben een verlaagd bewustzijn. Vaak is dit het gevolg van sedatie, die veelal noodzakelijk is voor adequate mechanische beademing. Er is echter ook een grote groep patiŽnten voor wie de bewustzijnsdaling niet door het gebruik van medicatie of metabool verklaard kan worden. Bij deze patiŽnten kan EEG-monitoring zinvol zijn. De afwijkingen in het EEG kunnen variŽren van een diffuus vertraagd achtergrondpatroon

tot periodieke of epileptiforme ontladingen.


EEG-bewaking op de neonatale intensive care unit

Cherian Perumpillichira, Renate Swarte en Gerhard Visser, klinische neurofysiologie en neonatalogie, Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam.

EEG-bewaking is een nuttige techniek voor de beoordeling van het functioneren van de hersenen bij de zieke neonaat. Veranderingen in de achtergrondactiviteit en het patroon van slaap-waakcycli zijn een goede afspiegeling van de verandering van het functioneren van de hersenen. Het optreden van neonatale (epileptische) aanvallen en het effect van de behandeling kunnen worden beoordeeld met behulp van het EEG.


Historische wetenswaardigheden

Over de wordingsgeschiedenis van het syndroom van Dravet

Willy Renier, neurologie-kinderneurologie, Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen en Paul Eling, Donderscentrum voor Cognitie, Radbout Universiteit Nijmegen.

De interesse van Charlotte Dravet voor de kinderepilepsie werd gewekt toen zij voor haar artsexamen werkte aan een afstudeerscriptie over het onderwerp ĎLíencťphalopathie ťpileptique de líenfant avec pointes ondes lentes diffuses (Petit Mal Variant)í (1965). Onder de vele kinderen die naar het centrum werden verwezen met de (vermoedelijke) diagnose van het Lennox-Gastaut syndroom, ontdekte zij een groep kinderen met andere, afwijkende klinische kenmerken, die niet pasten in de toenmalige classificatie van de kinderepilepsieŽn. Zij beschreef deze kenmerken en suggereerde dat het ging om een nieuw ziektebeeld.


Proefschriftbesprekingen

Neonatale convulsies: nieuwe ontwikkelingen in monitoring en behandeling

Mona Toet, neonatologie, Wilhelmina Kinderziekenhuis, Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Op 15 april 2009 promoveerde Linda van Rooij aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ĎNeonatal Seizures: New developments in monitoring and therapyí. In haar promotieonderzoek probeerde zij een antwoord te vinden op de vraag of het behandelen van subklinische convulsies, naast de behandeling van klinische convulsies, continu geregistreerd door middel van het amplitude geÔntegreerde EEG, leidt tot vermindering van cerebrale schade met daardoor een betere neurologische ontwikkeling.


Het tijdschrift kunt u hieronder openen

Klik hier om het tijdschrift te openen