Epilepsie, periodiek voor professionals september 2009

Gastredacteur Hans Carpay over zijn belangstelling voor epilepsie


Gastredacteur van dit themanummer over anti-epileptica is Hans Carpay, neuroloog in Tergooiziekenhuizen in Blaricum. Hij studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en voltooide zijn specialisatie tot neuroloog/klinisch neurofysioloog in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. Carpay houdt zich voornamelijk bezig met de behandeling van epilepsie en migraine. Hij legt ons uit hoe zijn interesse voor epilepsie is ontstaan en vertelt over zijn ervaringen in de praktijk.


Actueel

Verbod op autorijden met anti-epileptica: een incident?

Door: Gerrit-Jan de Haan, Johan van Parys en Theo Heisen, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland, Heemstede.

In december 2008 was het plotseling voor duizenden mensen met epilepsie niet langer toegestaan om auto te rijden. Niet omdat ze aanvallen hadden, of omdat er nieuwe inzichten waren, maar omdat er een nieuwe richtlijn voor gebruik van geneesmiddelen in het verkeer werd ingevoerd. De Nederlandse Liga tegen Epilepsie, de Epilepsie Vereniging Nederland en het Nationaal Epilepsie Fonds hebben met succes protest aangetekend tegen deze richtlijn, die in april 2009 weer werd teruggedraaid.


Casuïstiek

Ervaringen met stiripentol bij behandeling van SMEI

Door: Peter Edelbroek en Paul Augustijn, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland, Heemstede.

Severe Myoclonic Epilepsy in Infancy, ook wel bekend als het syndroom van Dravet, is een zeldzame therapieresistente vorm van epilepsie bij kinderen. Behandeling met stiripentol in combinatie met clobazam en valproïnezuur kan leiden tot een aanzienlijke reductie van aanvallen en zelfs tot aanvalsvrijheid. De interacties tussen deze geneesmiddelen maken het echter moeilijk om tot een optimale instelling van de medicatie te komen. Regelmatige bepalingen van de bloedspiegels kunnen daarbij helpen.


Verantwoorde epilepsiezorg

Epileptische aanvallen en de kwaliteit van leven: een community-based studie

Door: Hans Carpay, Tergooiziekenhuizen, Blaricum.

Uit een observationeel onderzoek verricht onder alle cliënten ouder dan 15 jaar van de stadsapotheken in Gooi-Noord die anti-epileptische middelen gebruikten, bleek dat 51 procent van de respondenten met epilepsie aanvalsvrij was na twee jaar. De aanvallen werden echter door ongeveer de helft van deze groep aangemerkt als ‘acceptabel’ en er werd een redelijke ‘kwaliteit van leven’ gerapporteerd. Het is de vraag of de hiermee samenhangende geringe zorgvraag onderbenutting van de medische mogelijkheden betekent en een suboptimale uitkomst van behandeling tot gevolg heeft.


Verantwoorde epilepsiezorg

Medicamenteuze behandeling van kinderen met epilepsie

Door: Onno van Nieuwenhuizen, Sylvia Tóth Centrum, Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Epileptische aanvallen bij kinderen hebben een grote impact op de omgeving. Toch is het lang niet altijd nodig direct te behandelen. Ook na het uitblijven van effect na de eerste pogingen heeft zoeken naar effectievere medicatie zin, mits men een open oog heeft voor andere behandelmethodes (bijvoorbeeld chirurgie). De ‘nieuwe’ anti-epileptica zijn niet effectiever dan de ‘oude’. Vooral bij niet-sprekende kinderen (door jonge leeftijd, verstandelijke beperking) dient men alert te zijn op bijwerkingen.


Verantwoorde epilepsiezorg

Bijwerkingen van anti-epileptica op cognitie en gedrag

Door: Joost Nicolai, neurologie, academisch ziekenhuis Maastricht.

Anti-epileptica hebben bijwerkingen op cognitie en gedrag, echter de verschillende medicamenten variëren qua bijwerking en hevigheid van de bijwerking. Cognitieve en gedragsproblemen worden ook gezien bij een groot aantal epilepsiesyndromen. De invloed van het syndroom op cognitie en gedrag is vaak groter dan de invloed van het medicament.


Verantwoorde epilepsiezorg

Therapietrouw bij epilepsie

Door: Annette Hospes, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland, Heemstede.

Het niet innemen van anti-epileptica kan grote gevolgen hebben zowel voor de epilepsiepatiënt als voor de behandelaar. Hoewel hier in Nederland weinig onderzoek naar is gedaan, kan op basis van buitenlandse onderzoeken verondersteld worden dat een relatief grote groep epilepsiepatiënten therapieontrouw is. Hoe kunnen we deze therapieontrouw verklaren? Wat kunnen we doen om de therapietrouw te verbeteren? En welke interventie is de meest geschikte?


Wetenschappelijk onderzoek

Anti-epileptica van de toekomst

Door: Rob Voskuyl , Stichting Epilepsie Instellingen Nederland, Heemstede en Leiden/Amsterdam Center for Drug Research, sectie farmacologie, Universiteit Leiden.

Er is nog altijd behoefte aan nieuwe en betere anti-epileptica. Moleculaire en genetische onderzoeksmethoden worden in toenemende mate toegepast om belangrijke targets te vinden voor de ontwikkeling hiervan en van farmacia die epilepsie kunnen voorkomen. Daarnaast is er ook ruimte voor verbetering van bestaande middelen en therapieën die meer gericht zijn op bepaalde groepen, zoals jonge kinderen.


Wetenschappelijk onderzoek

Farmacoresistente epilepsie: mogelijke oorzaken

Door: Erwin van Vliet, neurobiologie, Center for Neuroscience, Universiteit van Amsterdam en Stichting Epilepsie Instellingen Nederland, Heemstede.

Eén van de grootste problemen bij de behandeling van epilepsie is dat een groot deel van de patiënten niet voldoende reageert op medicatie. Om tot een meer gerichte en effectievere therapie te komen, is de laatste jaren veel onderzoek verricht naar mechanismen die betrokken kunnen zijn bij het ontwikkelen van farmacoresistentie. In deze bijdrage worden de belangrijkste uitkomsten van dit wetenschappelijk onderzoek samengevat.


Wetenschappelijk onderzoek

Farmacogenetica en epilepsie: GENiaal of triviaal?

Door: Christian Vader, St. Anna Ziekenhuis, Geldrop en Kempenhaeghe, Heeze.

Er is een groeiend aantal studies over farmacogenetica en epilepsie. Zij zijn gericht op de selectie van anti-epileptica, hun dosering en het voorspellen van therapieresistentie. Voor de dagelijkse praktijk hebben de farmacogenetische factoren echter een relatief beperkte betekenis.


Proefschriftbesprekingen

Therapiefalen bij behandeling met anti-epileptica

Door: Jeannette Zwart, klinische farmacie, Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Op 3 maart 2009 promoveerde Kim Gombert-Handoko aan de Universiteit van Utrecht op haar proefschrift ‘Treatment failure in patients with epilepsy - exploring causes of ineffectiveness and adverse effects’. In dit proefschrift worden twee belangrijke componenten van therapiefalen bij behandeling met anti-epileptica beschreven: ineffectiviteit en bijwerkingen.


Ingezonden berichten

Melden van bijwerkingen van anti-epileptica

Door: Marian Majoie, Florence van Hunsel, Loes Leenen, Hans-Peter Bootsma, André Kamping en Eugene van Puijenbroek, Epilepsiecentrum Kempenhaeghe, Heeze en Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Den Bosch.

Voor een optimale behandeling van epilepsie is kennis van de bijwerkingen van anti-epileptica een voorwaarde. Veel voorkomende bijwerkingen worden meestal al waargenomen in de preregistratie studies. Nadat geneesmiddelen op de markt gekomen zijn, is er nog geen volledig overzicht van mogelijke bijwerkingen. Hier wordt het nut en de noodzaak van melding van bijwerkingen geïllustreerd.