Epilepsie, periodiek voor professionals september 2017

Casuďstiek

Gunstig effect van natriumkanaal blokkerende anti-epileptica bij neonataal-infantiele epilepsie

Chania de Cordt, Danique Vlaskamp, Marrit Hitzert, Roelineke Lunsing, Erica Gerkes, Oebo Brouwer

 

Onlangs is in het tijdschrift Brain een artikel verschenen over patiënten met epilepsie op basis van een SCN2A-mutatie.
In deze studie toonden Wolff en collega’s aan dat er een relatie bestaat tussen het type SCN2A-mutatie, de beginleeftijd
van de epileptische aanvallen en het effect van natriumkanaal blokkerende anti-epileptica. Hier wordt een casus
beschreven die deze correlatie illustreert.

Onlangs is in het tijdschrift Brain een artikel verschenen over patiënten met epilepsie op basis van een SCN2A-mutatie. In deze studie toonden Wolff en collega’s aan dat er een relatie bestaat tussen het type SCN2A-mutatie, de beginleeftijd van de epileptische aanvallen en het effect van natriumkanaal blokkerende anti-epileptica. Hier wordt een casus beschreven die deze correlatie illustreert.


Wetenschappelijk onderzoek

Afscheid van het dierexperimenteel absence-epilepsieonderzoek

Anton Coenen

 

De toevallige vondst dat alle ratten van een bepaalde inteeltstam epileptische piek-golfontladingen in hun EEG vertonen, dateert van 1986. Deze vinding werd gedaan in het Psychologisch Laboratorium van de Radboud Universiteit te Nijmegen  door Gilles van Luijtelaar en Anton Coenen.


Translationeel absenceepilepsieonderzoek

Gilles van Luijtelaar

 

Genetische modellen voor absence-epilepsie hebben zich de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot de preferente
modellen om basale kennis op te doen over de neurobiologie van absence-epilepsie. De ontdekking van de GAERS in
Straatsburg en de WAG/Rij-ratten in Nijmegen zijn hierbij het meest belangrijk geweest. In deze bijdrage wordt de
vraag beantwoord wat dit onderzoek met deze rattenmodellen heeft opgeleverd, ook voor het humaan absenceepilepsieonderzoek.

Genetische modellen voor absence-epilepsie hebben zich de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot de preferente modellen om basale kennis op te doen over de neurobiologie van absence-epilepsie. De ontdekking van de GAERS in Straatsburg en de WAG/Rij-ratten in Nijmegen zijn hierbij het meest belangrijk geweest. In deze bijdrage wordt de vraag beantwoord wat dit onderzoek met deze rattenmodellen heeft opgeleverd, ook voor het humaan absence epilepsieonderzoek.

 


Diepe hersenstimulatie bij epilepsie: het dierexperimenteel bewijs

Frédéric Schaper, Febe Colenbrander, Linda Ackermans, Govert Hoogland, Rob Rouhl

Diepe hersenstimulatie van de voorste thalamuskern is mogelijk een effectieve therapie voor refractaire epilepsie. De effectiviteit is echter zeer wisselend. Een probleem dat nog opgelost moet worden is bijvoorbeeld de instelling van de stimulatieparameters voor een optimaal effect. Wij pleiten dan ook voor gedegen dierexperimenteel wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van diverse stimulusparameters bij epilepsie.

Diepe hersenstimulatie van de voorste thalamuskern is mogelijk een effectieve therapie voor refractaire epilepsie. De
effectiviteit is echter zeer wisselend. Een probleem dat nog opgelost moet worden is bijvoorbeeld de instelling van de
stimulatieparameters voor een optimaal effect. Wij pleiten dan ook voor gedegen dierexperimenteel wetenschappelijk
onderzoek naar de effecten van diverse stimulusparameters bij epilepsie.


Verantwoorde epilepsiezorg

Het gebruik van e-health door mensen met epilepsie

Loes Leenen, Ben Wijnen, Reina de Kinderen, Caroline van Heugten, Silvia Evers, Marian Majoie

 

Door gebruik van e-health wordt de mate van zelfmanagement door mensen met een chronische aandoening vergroot en wordt er efficiënter gebruik gemaakt van de gezondheidszorg. Althans, dat lezen we in vele beleidsstukken als het gaat om de zorg voor chronisch zieken. We weten echter nog onvoldoende wat personen met epilepsie hier bijvoorbeeld van vinden en of zij wel in de gelegenheid zijn om aan de slag te gaan met e-health. Ons onderzoek geeft hier inzicht in.

Door gebruik van e-health wordt de mate van zelfmanagement door mensen met een chronische aandoening vergroot
en wordt er efficiënter gebruik gemaakt van de gezondheidszorg. Althans, dat lezen we in vele beleidsstukken als het
gaat om de zorg voor chronisch zieken. We weten echter nog onvoldoende wat personen met epilepsie hier bijvoorbeeld
van vinden en of zij wel in de gelegenheid zijn om aan de slag te gaan met e-health. Ons onderzoek geeft hier inzicht in.


Kosteneffectiviteit van zelfmanagement-interventie voor volwassenen met epilepsie

Ben Wijnen, Loes Leenen, Reina de Kinderen, Caroline van Heugten, Silvia Evers, Marian Majoie

 

Leven met epileptische aanvallen vraagt om specifieke vaardigheden, zogenaamde zelfmanagementvaardigheden.
Gelet op de stijgende kosten van de gezondheidszorg is een belangrijke rol weggelegd voor economische evaluaties
en bijbehorende kosteneffectiviteitscriteria. Daarom werd onderzocht of training in deze vaardigheden een positieve
invloed heeft op onder andere de kwaliteit van leven van mensen met epilepsie en of deze training in de aangeboden
vorm ook kosteneffectief is.

Leven met epileptische aanvallen vraagt om specifieke vaardigheden, zogenaamde zelfmanagementvaardigheden. Gelet op de stijgende kosten van de gezondheidszorg is een belangrijke rol weggelegd voor economische evaluaties en bijbehorende kosteneffectiviteitscriteria. Daarom werd onderzocht of training in deze vaardigheden een positieve invloed heeft op onder andere de kwaliteit van leven van mensen met epilepsie en of deze training in de aangeboden vorm ook kosteneffectief is.

 


Proefschriftbesprekingen

Transitie van patiënten met epilepsie op de drempel van kindertijd en volwassenheid

Laura Gottmer-Welschen

 

Op 15 juni 2016 verdedigde Rianne Geerlings haar proefschrift ‘Transition in patients with childhood onset epilepsy;
a long way to adulthood’ aan de Universiteit Maastricht1. Het onderzoek omvat twee thema’s: psychosociale transitieproblematiek
bij jongeren en jongvolwassenen met epilepsie en de transitie van kinderarts/kinderneuroloog naar de
gezondheidszorg voor volwassenen met epilepsie.

Op 15 juni 2016 verdedigde Rianne Geerlings haar proefschrift ‘Transition in patients with childhood onset epilepsy; a long way to adulthood’ aan de Universiteit Maastricht. Het onderzoek omvat twee thema’s: psychosociale transitieproblematiek bij jongeren en jongvolwassenen met epilepsie en de transitie van kinderarts/kinderneuroloog naar de gezondheidszorg voor volwassenen met epilepsie.


MMinD-E: MEG en MRI voor de diagnose van epilepsie

Pauly Ossenblok

 

Albert Colon promoveerde op 17 januari van dit jaar aan de Universiteit Gent tot doctor in de medische wetenschappen
op het proefschrift ‘MEG and MRI in the Diagnostics of Epilepsy’1. Het proefschrift omvat een beschrijving van het
onderzoek naar de rol van MEG en MRI in zowel de vroege diagnostiek van epilepsie als in een stadium dat er een
invasieve ingreep wordt overwogen. Ook werd onderzocht hoe de MEG in combinatie met MRI de zoektocht naar de
epileptogene zone kan sturen2.

Albert Colon promoveerde op 17 januari van dit jaar aan de Universiteit Gent tot doctor in de medische wetenschappen op het proefschrift ‘MEG and MRI in the Diagnostics of Epilepsy’. Het proefschrift omvat een beschrijving van het onderzoek naar de rol van MEG en MRI in zowel de vroege diagnostiek van epilepsie als in een stadium dat er een invasieve ingreep wordt overwogen. Ook werd onderzocht hoe de MEG in combinatie met MRI de zoektocht naar de epileptogene zone kan sturen.


Epilepsie, periodiek voor professionals (september 2017)

Klik hier om het tijdschrift te openen.