Epilepsie, periodiek voor professionals juni 2014

Actueel

Sudden unexpected death in epilepsy

Rob Lamberts, Marije van der Lende en Roland Thijs

Wereldwijd staat plotselinge dood bij epilepsie meer en meer in de belangstelling. In tegenstelling tot andere oor-zaken van plotselinge dood, zoals wiegendood, is er bij ‘Sudden Unexpected Death in Epilepsy’ nog weinig bekend over de pathofysiologie en zijn er nog geen preventieve maatregelen voorhanden.


Casu´stiek

Casus myoclone epilepsie: een middelbre scholier met ADHD en eyelid myoclonica

Boudewijn Gunning

Eyelid myoclonia is een goed herkenbaar fotosensitief aanvalstype dat op de kinderleeftijd begint en bij volwassen­heid klachten blijft geven. Het leren leven met leefregels kan grote aanvallen vaak helpen voorkomen. Een verstande­lijke beperking, zelfinductie van aanvallen en gedragsproblemen maken het moeilijker kinderen die leefregels te leren volgen.


Wetenschappelijk onderzoek

Post-stroke epilepsie krijgt de aandacht die het verdient!

Robert van Oostenbrugge

In deze rubriek (Wetenschappelijk onderzoek) zijn drieartikelen gewijd aan het onderwerp post-stroke epilepsie,oftewel het ontstaan van epileptische aanvallen na eendoorgemaakte beroerte. Het is terecht dat dit onderwerpzoveel aandacht krijgt. Immers, post-stroke epilepsie is nietalleen een relatief frequent voorkomende aandoening, hetdraagt ook ongunstig bij aan de klinische afloop na eendoorgemaakte beroerte. Er wordt daarom vanuit diversegremia gepleit voor wetenschappelijk onderzoek naar hetvoorkomen van post-stroke epilepsie. Daarenboven biedtdeze complicatie de mogelijkheid tot het verwerven vannieuwe inzichten in epileptogenese.


Epilepsie na een beroerte

Rob Rouhl

Epilepsie is een veel voorkomende complicatie na een beroerte. Factoren die geassocieerd zijn met het optreden vanepilepsie zijn de grootte van de bloeding of het infarct (en dus ook de ernst) en of er corticale betrokkenheid is. Dezefactoren bepalen echter slechts een deel van de variatie in de complicaties die optreden. In dit korte overzicht wordtgetracht enkele hiaten in de kennis over epilepsie na een beroerte te benoemen.


Epileptische aanvallen na een herseninfarct

Jeannette Hofmeijer, Marleen Tjepkema-Cloostermans en Michel van Putten

Epileptische aanvallen na een herseninfarct worden verdeeld in ‘vroege’ en ‘late’ aanvallen, met verschillende ver-onderstelde pathofysiologische mechanismen. De kans op recidiverende aanvallen is het grootst na een late aanval. De meeste experts adviseren (tijdelijke) behandeling met anti-epileptica na recidiverende aanvallen.


Post-stroke epilepsie na een beroerte op jonge leeftijd

Renate Arntz en Frank-Erik de Leeuw

Er is weinig bekend over het voorkomen van epilepsie na een beroerte op jongere leeftijd of de invloed daarvan op het dagelijks functioneren. Ons onderzoek toont dat bij deze groep ‘post-stroke epilepsie’ een veel voorkomend probleem is. Daarnaast werd aangetoond dat patiënten met een herseninfarct die ‘post-stroke epilepsie’ doormaken ruim drie keer zo vaak slecht functioneren dan patiënten zonder ‘post-stroke epilepsie’.


Verantwoorde epilepsiezorg

Psychomotorische therapie als behandeling bij spanningsgevoelige epilepsie

Edith Kind

Welke middelen heeft de psychomotorisch therapeut tot zijn beschikking om een bijdrage te leveren aan de behande­ling van spanningsgevoelige epilepsie. Na algemene informatie over epilepsie en de rol van angst bij het uitlokken van een aanval, wordt ingegaan op de praktijk en volgt een introductie van de casus. Met de gegevens uit de observatie als uitgangspunt wordt toegelicht welke behandeling is ingezet en hoe dit proces is verlopen.


Proefschriftbesprekingen

Glucuronidering van anti-epileptica bij vrouwen met epilepsie

Peter Edelbroek

Ilse Wegner promoveerde op 19 december 2013 aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift1 over vrouwen met epilepsie en de relatie tussen de geslachtshormonen oestrogeen en progestageen en anti-epileptica2. De uitgevoerde studies beperkten zich tot de invloed van orale anticonceptiva en endogene hormonale veranderingen op de farma­cokinetiek van lamotrigine en oxcarbazepine, die primair via glucuronidering worden gemetaboliseerd. Deze invloed werd bij zowel vrouwen met een normale menstruele cyclus als bij postmenopauzale en zwangere vrouwen onderzocht.


Epilepsie, periodiek voor professionals (juni 2014)

Klik hier om het tijdschrift te openen